“Hè bah, al die toeristen…”

Reislust. Het begint met een bucketlist van plekken die je gezien moet hebben. Van de Eiffeltoren tot de Taj Mahal. Maar als je er daar dan een paar van hebt kunnen afstrepen en zelfs op duizenden kilometers van huis massa’s landgenoten tegen het fotograferende lijf loopt ontstaat het verlangen om nog een stapje verder te gaan. Van de gebaande paden, gewapend met een bucketlist vol ervaringen in plaats van plekken.

Going local dus eigenlijk. Een steeds groter wordende trend in reisland. We willen vertellen hoe we hebben geproefd van het ‘authentieke leven’, dat we zoveel hebben geleerd van andere culturen en hoe verrijkt we terug zijn gekomen. Ondertussen zijn we ook op zoek naar een beetje luxe, slaan we sla en ijsklontjes angstvallig af uit angst voor diarree en proberen we ons overal verstaanbaar te maken in het Engels.

Hoe authentiek is het als je in de Thaise jungle in het Engels een Pad Thai voorgeschoteld krijgt. En hoe ‘local’ is een reis naar een hutje in een afgelegen Afrikaans dorp zonder water en elektra als je weet dat je over een week weer warm kunt douchen? Is het niet zo dat de Red Light District en de Dam net zo Amsterdams zijn als dat hippe restaurantje in Oost of een middagje Westerpark?

Nu moet je overigens niet denken dat ik het liefst achteraan sluit in de rij voor Madame Tussauds. Absoluut niet zelfs. Want natuurlijk hebben locals de beste tips, zij kennen de plekken die jij voor het eerst bezoekt ten slotte al jaren.

Love,
Fiek